Marcella de Graaf
Als klein meisje wist ik het al: ik wilde de zorg in.
Zorgen voor anderen, betekenisvol werk doen, er zijn op momenten die ertoe doen. Die droom heb ik altijd serieus genomen en ik ben hem blijven volgen.
Mijn loopbaan begon als mbo-verpleegkundige. Vanuit daar groeide ik door naar de hbo-verpleegkunde en specialiseerde ik mij als oncologieverpleegkundige. Inmiddels kijk ik terug op 23 jaar praktijkervaring in de zorg. Jaren waarin ik met trots het vak heb uitgeoefend, dichtbij patiënten en hun naasten. Maar ook jaren waarin ik de zorg langzaam heb zien veranderen.
Wat als een rode draad door mijn loopbaan loopt, zijn studenten en jonge zorgprofessionals. Ik heb hen begeleid op de werkvloer, later als praktijkopleider, en de laatste vier jaar als docent verpleegkunde. Steeds opnieuw zag ik hoeveel verschil goede begeleiding maakt en wat er gebeurt als die ontbreekt. Want dit alles kan voor een student het verschil betekenen tussen groeien en vastlopen, en bepalend zijn voor wie een student wordt.
Studenten van nu dragen vaak meer met zich mee dan alleen hun opleiding. Ze komen met een rugzak. Gevuld met verwachtingen, prestatiedruk, persoonlijke ervaringen en soms ook zorgen die tijdens een stage extra voelbaar worden. In een zorgpraktijk waar de druk hoog is, blijft daar niet altijd ruimte voor. Terwijl juist dáár de sleutel ligt.
Ik heb altijd geloofd in het belang van het zoeken naar de vraag achter de hulpvraag. Niet alleen kijken naar wat iemand vraagt, maar naar wat iemand écht nodig heeft om verder te kunnen. Door te luisteren, te observeren en te coachen ontstaat ruimte voor groei, vertrouwen en ontwikkeling. Dat vraagt tijd. Aandacht. En bewust begeleiden.
Mijn eerste stap buiten de directe zorgpraktijk was dan ook het coachen van verpleegkundestudenten. Dat voelde als een logische volgende stap. Van daaruit groeide het besef dat dit groter was dan individuele begeleiding. Dat het ging over het leerklimaat als geheel.
In die zoektocht leerde ik Memla kennen als collega. Al snel merkten we dat we niet alleen als persoon, maar ook in onze werkwijze en visie sterk op één lijn zaten. We voerden veel gesprekken, sparren over ideeën, twijfels en dromen over hoe leren en begeleiden in de zorg anders en beter kon. Wat begon als inhoudelijk overleg, groeide uit tot een gedeelde overtuiging: dit wilden we samen oppakken.
In het najaar van 2024 nam ik de stap om mijn baan in loondienst op te zeggen. Rond december 2024 zijn we bewust om tafel gegaan met één vraag: hoe maken we hier iets duurzaams van? We besloten onze krachten te bundelen en de handen ineen te slaan als ondernemers. Dat besluit voelde spannend, maar vooral kloppend, en in 2025 heb ik samen met Memla LeeroptimaalZorg opgericht.
Sindsdien leren we elke dag. Elke week opnieuw. Soms zetten we een stap terug om daarna sterker vooruit te gaan. Soms maken we juist grote sprongen. We voeren veel gesprekken in de praktijk met studenten, begeleiders, teams en managers. Gesprekken die ons steeds opnieuw bevestigen: we hebben de juiste keuze gemaakt.
Wat mij steeds meer raakt, is dat er binnen zorginstellingen vaak wordt gezegd:
“Er is veel uitval en uitstroom.”
Maar te weinig wordt de vraag gesteld: wat doen we aan de voorkant? Wat doen we aan de frontlinie bij het inwerken, begeleiden en ondersteunen van studenten en starters om die uitstroom daadwerkelijk te voorkomen?
We hebben deze mensen zó hard nodig. En de zorg is zó’n mooi vak. Maar zonder stevige begeleiding, zonder een veilig leerklimaat, zonder aandacht voor de mens achter de professional, branden mensen op voordat ze echt tot bloei kunnen komen.
Het kiezen voor een andere weg vraagt lef. Begrip is niet altijd nodig. Wij weten wat we doen, waarom we het doen en waar we naartoe werken. Die koers voelt juist, geeft richting en maakt trots.
Omdat ik geloof misschien wel meer dan ooit dat goede zorg begint bij goede begeleiding, bij sterk inwerken en duurzaam behoud.
En dat die begeleiding geen bijzaak mag zijn, maar de basis.
